top of page

Jade belt Wizzkid op via videocall. 

Jade - met Airpods in - staat aan de inkom van het park met haar fiets. 

 

J (opgefokt): ‘Oké. Here we are… Ik sta aan de inkom van het park. Enig idee waar hij is? 

W: ‘De ontvangst is weer niet geweldig, maar zijn laatste positie was op een dikke anderhalve kilometer richting het Noorden.’

J: ‘Dat is die richting, I guess.’

W: ‘Helemaal juist’.

 

Jade klikt haar gsm op een gsm-houder op haar fiets, en begint als een zot te trappen: ze wil geen seconde verliezen. 

 

J: ‘Oké. Als ge iets meer weet. De hei is zo fucking big. Ik kan hier blijven fiet–’

W: ‘Nu naar rechts.’

J: ‘Wa!?’

W: ‘Nu naar rechts! Daar moet ergens een weg zijn.’

J: ‘Maar nee. Hier is helemaal niks. Alleen struiken en– Of jawel, hier een weggeske. Ik draai erin! Hoe ver is hij nog?’

W: ‘Niet ver. Wacht ik probeer iets…’

J: ‘...’

 

In plaats van het facetime-beeld van Wizzkid, verschijnt er nu een gps-kaart in beeld: het is vanuit het standpunt van Jade. Op een zekere afstand bliept nu een ander puntje in beeld: Jeroen! 

 

J: ‘Geniaal! Merci… Wow, fuck!

 

Jade en haar camera worden door elkaar geschud. De camera knalt neer in het zand. We horen Jade kreunen. 

 

W: ‘Gaat het?’

J: ‘Auch… Ca va. Gelukkig is het hier los zand. Moeilijk fietsen, maar ge valt wel zacht.’

 

Ze trekt zich recht, laat haar fiets liggen en loopt verder door het mulle zand. 

 

W: ‘Hij komt nu recht op u toe gelopen. Volgens mij moet ge ‘m nu stilaan zien.’

J: ‘Ik zie nog altijd niks. Zijt ge zeker dat hij…?’

Jeroen (vanuit de verte): ‘Jade?’.

 

Jade draait zich met een ruk om: een compleet bezwete Jeroen kijkt haar verbaasd aan. 

Het GPS-beeld verdwijnt en we zien nu enkel nog de camera van Jade (eventueel Wizzkid kleiner in beeld in een hoek).

 

Jade: ‘baby!’

 

Terwijl hij op haar toe stapt, diept Jeroen zijn gsm op zodat hij zijn loop-app kan pauzeren. 

 

Jade: ‘NEE! Kijk naar mij!’

Jeroen: ‘Hu? Wat? Maar…’

 

Weer een blik naar zijn gsm. 

 

Jade: ‘In mijn ogen! Kijk alleen in mijn ogen…’

 

Jeroen laat zijn gsm voor wat hij is en kijkt Jade vragend aan.

 

Jeroen: ‘Schatje, wat doet gij hier? Is er iets gebeurd?’

Jade: ‘Het is… (haar stem breekt, ze begint te snikken)...’

Jeroen: (neemt haar in zijn armen) ‘Maar schattie!?’

Jade (compleet gebroken): ‘Het spijt mij. Het spijt mij zo hard…’

Jeroen: ‘Over wat hebt ge het in ‘t godsnaam?’

Jade: ‘Ik zie u zo graag. Echt. Kunt ge dat alsjeblieft niet vergeten!?’

Jeroen: ‘Maar dat weet ik toch al lang. Zijt ge daarvoor naar hier gekomen, om mij dat te zeggen?’

Jade: ‘Er is nog iets dat ik u moet vertellen.’ 

Jeroen: ‘Euh ja. Oké. Wat dan?’ 

 

Jade lost Jeroen weer en neemt wat afstand. Ze kijkt gebroken naar de grond. 

 

Jade (herpakt zich en ademt diep in): ‘Ik heb gekust met Kylian van mijn klas. Op ‘t feestje van Yeme zaterdag. Ik weet er zelf niks van, ze hebben waarschijnlijk iets in mijn drinken gekapt, maar ik weet zeker dat het gebeurd is.’

Jeroen: ‘O-ké…?.’

Jade: ‘Ik heb er keiveel spijt van, want het laatste wat ik wil is u kwijt spelen voor zoiets. Maar ik zou het ook snappen, dus… Sorry. Echt waar, sorry.’

 

Jeroen kijkt haar enkel met open mond aan. Verder: geen reactie.

 

Jade: ik ga u zò missen…

 

Waarop Jade zich van hem weg draait en afdruipt. Na enkele stappen sluit ze de videocall af. 

bottom of page